Nieuwsbrief Adviesraden

Ξ Gastcolumn

Prof. dr. Edith Hooge, voorzitter Onderwijsraad

Met de blik ver naar voren en de voeten stevig op de grond

Nieuwelingen willen de dingen altijd net even anders doen. Zo werkt dat ook bij de Onderwijsraad. Naast mijzelf, als nieuwe voorzitter, heeft de Onderwijsraad sinds 1 januari nog zes nieuwe raadsleden van de tien. Een van onze eerste wensen van deze ‘nieuw samengestelde raad’ was een inhoudelijk meerjarenprogramma. Afgelopen Prinsjesdag hebben we dit gepubliceerd, samen met het werkprogramma voor het komende jaar. In ons meerjarenprogramma benoemen wij vier inhoudelijke speerpunten: 1) Publiek en privaat in het onderwijs, 2) Onderwijs en technologie, 3) Differentiatie en selectie en 4) Artikel 23 Grondwet: onderwijs als aanhoudende overheidszorg. Deze speerpunten helpen ons – én onze adviesvragers – om de blik ver vooruit te richten op de vraagstukken en ontwikkelingen van overmorgen in het onderwijs en de samenleving. Ze zorgen ervoor dat we verschillende onderwerpen en trends van het onderwijsstelsel in samenhang met elkaar bezien. En ze bieden de mogelijkheid breed te kijken naar alle verschillende partijen in het onderwijs: van ouderorganisaties tot schoolbesturen, van vakbonden tot toetsontwikkelaars, van de onderwijsinspectie tot leerlingenraden en van schoolleiders tot leerwerkbedrijven.

Waarom is dit meerjarenprogramma zo belangrijk voor ons advieswerk? Ten eerste omdat het onze onafhankelijke rol borgt. Het integrale langetermijnperspectief van ons meerjarenprogramma biedt weerwerk tegen de stormachtige dynamiek in de onderwijspolitiek. Ook vormt het een kader voor het gesprek met onze adviesvragers. Het meerjarenprogramma biedt tegenwicht tegen de ‘Haagse politiek-bestuurlijke zuigkracht’ omdat het ook de aandacht vestigt op de belangen van het onderwijsveld, en op wat er speelt in de onderwijspraktijk.
Onze strategische rol kunnen waarmaken is de tweede reden waarom een meerjarige programmering voor ons van belang is. Invoering van onderwijsbeleid duurt immers langer dan een politieke cyclus. Ook leidt het minstens zo vaak tot (ongewenste) neveneffecten als tot daadwerkelijke realisatie van de beleidsdoelen. Na tien tot vijftien jaar zijn de resultaten van beleid pas echt zichtbaar in de onderwijspraktijk en in de samenleving. Juist daarom moet de Onderwijsraad langetermijnperspectieven schetsen voor bestuurders, beleidsmakers en politici. Op die manier dragen wij eraan bij dat onderwijsbeleid op koers blijft en ten langen leste bijdraagt aan goed onderwijs en een goed functionerend onderwijsstelsel.

Dit laatste, die langetermijninsteek, stelt ons ook voor een dilemma. Want op de korte termijn – vandaag en morgen – spelen er complexe én urgente vraagstukken in en rond het onderwijs. Als Onderwijsraad mogen we die actualiteit niet uit het oog verliezen en ons alleen in het vacuüm van de toekomst begeven. Het is voor ons daarom de kunst om vanuit een goed zicht op de situatie van vandaag en morgen, de richting voor de lange termijn voor te spiegelen.
Grofweg kunnen we dat op twee manieren doen: ofwel onze adviezen zetten een stip op de horizon, en schetsen vervolgens via een fasering of langs mijlpalen ‘de weg ernaar toe’. Ofwel onze adviezen vertrekken vanuit een actueel vraagstuk en schetsen oplossingen of stappen voor de korte termijn. Waarbij we dan ook aangeven hoe deze deel uitmaken van de richting voor de lange termijn. Alleen zo houden we de blik ver naar voren en de voeten stevig op de grond.

Terug naar overzicht

Nieuwsbrief Adviesraden