Nieuwsbrief Adviesraden

Ξ Gastcolumn

Wim van Saarloos, president KNAW

Adviesfunctie KNAW steeds belangrijker, ook internationaal

Per 1 juni ben ik José van Dijck opgevolgd als president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW); daarvoor was ik twee jaar vicepresident. Sinds twee jaar heeft de KNAW een nieuw bestuursmodel, met naast de president ook een vicepresident. De één uit het alfa-gamma domein en de ander uit de bèta-medische hoek. Elke toekomstige president dient eerst twee jaar als vicepresident, alvorens het stokje over te nemen. Het nieuwe model heeft duidelijke voordelen. Doordat de nieuwe president al twee jaar op de achtergrond heeft meegedraaid, is hij of zij goed voorbereid. En doordat president en vicepresident verschillende achtergronden hebben, is er meer balans bij de interne meningsvorming. José van Dijck en ik waren verrast hoe vaak het gesprek over onze verschillende invalshoeken en ervaringen ons inzicht scherpte, en hoe vaak we tot vergelijkbare conclusies en inzichten kwamen.

De KNAW merkt dat haar adviesfunctie aan belang toeneemt, onder meer doordat veel van onze adviezen over onderwerpen gaan waarover veel debat is of die politiek gevoelig liggen. De discussie over het gebruik van Engels in het hoger onderwijs is hier een goed voorbeeld van. Vorig jaar bracht de KNAW een breed gedragen advies over dit onderwerp uit, met als kern dat de keuze tussen Nederlands of Engels moet berusten op een weloverwogen inhoudelijke afweging op het opleidingsniveau zelf. Ons advies vormt in veel opzichten de basis voor het huidige beleid van minister Van Engelshoven. Deze zomer komen nog twee adviezen op verzoek van de regering uit: de eerste over het in kaart brengen van de impact van wetenschappelijk onderzoek, de tweede over de invloed van publiek-private samenwerking op de R&D-activiteiten van de private sector.

De afgelopen maanden werd steeds meer voelbaar hoezeer de Brexit leidt tot een heroriëntatie van Den Haag op onze positie en rol in Europa. Het meest zichtbaar was wellicht de andere toon over Europa bij de speeches van minister-president Rutte in Berlijn en in het Europees parlement, maar ook op de ministeries en achter de schermen blijkt Nederland zich meer en meer bewust van zijn hervonden rol als een van de grootste van de kleinere EU-landen. Net als bij veel andere organisaties ervaren we dit ook bij de KNAW. Nederland is op wetenschappelijk gebied een toonaangevend land over de volle breedte van de disciplines. Bovendien heeft ons land een in internationaal opzicht uniek wetenschapssysteem. Niet alleen omdat al onze universiteiten hoog in de Times Higher Education ranking staan, maar ook door de vele verbindingen en samenwerkingsverbanden die zij internationaal hebben. Verschillende landen en regio’s kijken naar Nederland ter inspiratie. In juni was bijvoorbeeld een delegatie uit Baden-Württenberg drie dagen op werkbezoek in Nederland, en in maart sprak ik op uitnodiging van de Slovaakse academie in Bratislava over Nederland als voorbeeldland op wetenschapsgebied.

Terug naar overzicht

Nieuwsbrief Adviesraden