Nieuwsbrief Adviesraden

Ξ Gastcolumn

Voorzitter AWTI: prof.dr. Uri Rosenthal

Meer investeren in wetenschappelijk onderzoek is dringende noodzaak

Als oud-informateur juni-juli 2010 weet ik maar al te goed hoe het gaat met de honderden brieven, nota’s en memo’s die informateur toegestuurd krijgt. Iedereen krijgt een keurige ontvangstbevestiging, het overgrote deel komt terecht op de waslijst ingezonden stukken en gaat daarna meteen de formatiearchieven in.

Ik weet ook dat recent vele belanghebbenden zoals de zogeheten Kenniscoalitie luid en duidelijk hebben laten weten dat voor wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling meer geld nodig is. En op nadrukkelijk verzoek van het inmiddels demissionaire kabinet-Rutte II heeft de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie in november 2016 geadviseerd over wat de beste aanwending zou zijn van 1 miljard euro extra voor onderzoek en innovatie, mocht die beschikbaar komen. Het advies: verstevig de basis van het kennis- en innovatiesysteem (600 miljoen euro) en vergroot het directe hefboomeffect van publieke op private uitgaven (400 miljoen euro).

En toch heeft ook de Adviesraad dezer dagen een brief naar de informateur gestuurd met prioriteiten voor een nieuwe regering. Niet om hij zo nodig aan het gezelschapsspel van ingezonden stukken mee wil doen, maar omdat onze zorgen over de dreigende uitholling van ons kennis- en innovatiesysteem in de afgelopen maanden alleen maar bevestigd zijn.

Nederland mag trots zijn op wat het in wetenschap, technologie en innovatie presteert. We staan hoog in de mondiale ranglijsten. In de Scandinavische landen kijken ze met ver- en bewondering naar de uitkomsten van eigen vergelijkend onderzoek waaruit blijkt dat Nederland het met relatief beperkte middelen onevenredig goed doet. Ik zei daarover desgevraagd in Kopenhagen: “U wordt bedankt, want zoiets kan algauw tegen je worden gebruikt”. Ons voortreffelijke informele onderzoeksklimaat in de laboratoria en universiteiten is nog altijd een duidelijk pluspunt in de internationale strijd om talent. Met de brainports heeft Nederland een doeltreffende manier gevonden om de R&D-samenwerking stevig te verankeren. En we hebben van Duitsland goed afgekeken dat innovatie om een consistente koers vraagt. Zie het topsectorenbeleid, met waar nodig nuttige aanpassingen.

Maar intussen worden in de landen om ons heen en zeker ook verder weg in Azië al geruime tijd ongekend stevige investeringen gedaan in R&D. Nederland blijft hangen, en stilstand is exponentiële achteruitgang. Zonder te vervallen in cijfer- en percentagefetisjisme, willen we onze fraaie prestaties bestendigen, dan is een vergroting van de R&D-inspanning van 3 à 4 miljard euro extra per jaar (ruim 1 miljard euro publieke en 2 à 3 miljard euro private gelden) vereist. Prestaties uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst.

De urgentie van extra inspanningen manifesteert zich niet in de laatste plaats in het cyberdomein. Als speciale gezant van de regering voor internationaal cyberbeleid heb ik tot voor kort van dichtbij gezien hoe veel andere landen in almaar hoger tempo grootschalige investeringen doen in de digitale economie, het internet-of-(every)thing en de waarborging van cybersecurity. Nederland is een van de belangrijkste mondiale internet-knooppunten. De digitale aandrijving en facilitering van de economie en het maatschappelijk verkeer behoren tot de beste van de wereld. Maar ook hier is het alle hens aan dek om de vooraanstaande positie te behouden. Het is van eenzelfde laken een pak: vergelijkend onderzoek laat zien dat ons land alle zeilen zal moeten bijzetten.

De benodigde bedragen voor extra R&D-inspanningen die de informateur dezer dagen gepresenteerd krijgt, verschillen qua hoogte. Maar duidelijk is dat het in alle gevallen gaat om investeringen in de toekomst en niet om een kostenpost voor leuke dingen. Dat het Centraal Planbureau zich niet in staat acht de opbrengsten van R&D in zijn modellen te verwerken, is geen reden om het erbij te laten. Nederland kennisland, met zijn brainports, is die investeringen meer dan waard.

Deze column is eerder gepubliceerd in Het Financieele Dadblad (14 april).

Terug naar overzicht

Nieuwsbrief Adviesraden